Op het 110 ha grote Bio Sciense Park te Leiden wordt flink vernieuwd en ontwikkeld. Nieuwe en oude gebouwen van de Universiteit worden gecombineerd met functies als studeren en wonen. Zo wordt het voormalig anatomie gebouw van de universiteit verbouwd en gerenoveerd door VVKH architecten tot appartementen van deze tijd met een uitbreiding van een 40 m hoge woontoren door Mecano architecten. Voor de 5,5 ha buitenruimte van het gebouw wordt een ontwerp gevraagd aansluitende op de omgeving met een meer ontmoetingskarakter aan de binnenzijde.

Het concept van de campus is ‘gebouwen in het groen’. Het U-vormige gebouw krijgt daarom twee sferen. De buitenzijde is grootschalig en geeft de aanblik van een gebouw in het park. Het complex is gelegen op een strandwal die voor de beplanting een belangrijke rol speelt. Er word een informele overgang gevormd tussen de terrassen en de publieke buitenruimte door grote groepen siergrassen met heesters en meerstammige bomen ingeplant. In het gazon zijn de bomen gestrooid over de omgeving en geven zo de indruk dat de omgeving tot aan het gebouw door loopt. Deze beplanting komt terug in het ontwerp van de binnentuin van het gebouw.

De binnenzijde is ontworpen naar de principes van een intiem binnenhof. Het karakteristieke van een hof is de rondgang en kent geen hiërarchie in routing. Men beweegt en verblijft langs de randen van de ruimte en in het midden is een ruimte waaromheen men beweegt. In dit vlak van halfverharding bevind zich een met 60cm hoge, wintergroene haagparterre. Deze bied bij het passeren verschillende perspectieven. Vanuit de hogere etages in het gebouw is de structuur te herkennen als een anatomisch hart met een knipoog naar de geschiedenis van het gebouw. Als contrast naast deze donkergroene hagen worden langs de terrassen en de randen van het binnenhof ingeplant met waaiende siergrassen. Met een palet aan kleuren van geel tot grijzig met paars bloeiende accenten.

Anatomie | Buitenruimte anatomie gebouw te campus Leiden

Opdrachtgever: Universiteit Leiden

Jaartal: 2014 – 2015